Werkstuk Waterpolo Robben
Waterpolo werkstuk van Maaike Kort
Inleiding
Mijn onderwerp is waterpolo.
Ik ben aan dit onderwerp gekomen omdat mijn moeder Waterpolo gespeeld heeft, maar nu coach zij onze ploeg.
Mijn vader en broertje en ik natuurlijk spelen nu ook waterpolo.
Dus daarom heb ik hier voor gekozen.
Het interesseert mij omdat ik hel een leuke sport vind, en omdat je het met andere speelt. Het is echt een team sport.
Ik hoop dat ik nog veel leer en dat ik later nog bij dames 1 mag spelen.
Ik ben een keer bij een voorbespreking van dames 1 geweest
En de rest van de wedstrijd mocht ik bij hun op de bank zitten. Verder kan je in mijn werkstuk lezen waar het over gaat.
Inhoud
1 Wat is Waterpolo????
2 Wat is de geschiedenis van waterpolo????
3 Wat zijn de regels?????
4 Wat doe je op een training ????
5 Wat doe je op een wedstrijd ????
Wat is waterpolo????
Waterpolo is een leuke sport in het water.
Het is ook een soort handbal in het water, maar dan iets anders.
Het is een sport voor jongens en meisjes.
Tot en met 14 jaar kunnen teams gemengd zijn, in een team kunnen dan jongens en meisjes zitten.
Vanaf 6 jaar mag je beginnen, en je moet minstens 2 zwemdiploma's hebben.
Je begint met een keer trainen in de week.
Als je met wedstrijden mee gaat doen dan moet je steeds meer gaan trainen.
Wel 5 tot 6 keer in de week.
Dij de trainingen moet je snel leren zwemmen en je moet oefeningen met de bal doen.
Er zijn 2 soorten capjes een blauwe en een witte cap, en de keeper heeft altijd een rode cap.
Het is verdeeld in verschillende leeftijdsgroepen.
Je begint bij minipolo daarna krijg je pupillen dan jeugd en daarna word het dames of heren polo.
Het is een leuke sport maar wel vermoeiend
Wat is de geschiedenis?????
In 1844 is waterpolo uitgevonden door Willian Wilson.
Het werd eerst handbal in het water genoemd.
In 1876 zijn de spelregels uitgevonden door de zwemvereniging Aberdeen.
In 1877 was de eerste officiële waterpolo wedstrijd gespeeld.
In 1885 werd waterpolo officieel ontdekt door de Engelse amateur Swimming Association en werden waterpolo caps uitgevonden.
Waterpolo werd erg snel populair.
Vanaf 1894 deden Duitsland en Oostenrijk mee, daarna Frankrijk, Hongarije en Italië.
Aan het einde van de 19e eeuw waren Engeland en de V.S. de beste, maar België, Zweden en Nederland namen het over en verbeterde het spel.
De ontwikkeling in Nederland
In 1901 was de eerste competitie tussen DJK, RZC tegen het Haarlemse HVGB.
HVGB werd kampioen van Nederland.
In 1905 werd er ook een dames wedstrijd georganiseerd.
In 1908 waren de Olympische Spelen in Londen.
In 1927 kwam de Duitse Meigen naar Nederland om het team voor te bereiden voor de Olympische Spelen in Amsterdam
Ze hadden niet echt geluk, want ze verloren veel.
Ongeveer vijf jaar later kwam er een andere trainer en toen gingen ze twee of drie keer in de week trainen.
Het ging steeds beter.
Op de Olympische Spelen in Berlijn werden ze 5de, de jaren daarna gingen ze steeds beter spelen, omdat ze steeds meer gingen trainen in de week.
En ze werden uiteindelijk derde.
Wat doe je op een training????Zonder bal
Voor je het water ingaat moet je eerst inzwaaien
Het inzwaaien noemen ze ook wel de warming-up.
Dit is om je spieren vast warm te maken, als je dat met doet kan je spierpijn krijgen
Daarna moet je 4 tot 10 banen inzwemmen.
Je leert de. waterpoloborstcrawl, waterpoloschoolslag, waterpolorugcrawl en de
vlinderslag.
Het verschil tussen de walerpoloborstcrawl en de borstcrawl is: met
waterpoloborstcrawl zwem je met je hoofd boven water om het veld goed te kunnen
zien, en je hebt een veel kortere armslag.
En bij de borstcrawl zwem je met je hoofd onder water en haal je aan de zijkant
Bij de armslag zet je verder in en haal je lang door.
HM verschil tussen de waterpolo schoolslag en wedstrijdschoolslag is
waterpolo schoolslag heb je een korte armslag en een snelle beenslag en je hoofd blijft.
Bij de wedstrijd schoolslag hoofd onderwater ademhalen en weer onder water
uitblazen.
Het verschil bij waterpolorugcrawl en rugcrawl is: bij waterpolorugclawl moet je
naar links, rechts, voor en naar achteren kunnen kijken.
Dit doe je om over het veld te kunnen kijken, en je kan de bal zien aankomen, en met
de bal borstcrawl weg zwemmen.
Of je kunt de bal naar een ander plaatsen.
Vlinderslag doe je wel bij een training maar niet bij een wedstrijd.
Dan leer je ook het zijwaartse verplaatsen, en fietsen benen, omhoog spingen,
sprinten, snel starten en snel stoppen en keren.
Deze oefeningen heb je allemaal nodig bij een wedstrijd.


Training met bal
We beginnen met een paar worpen.
Er zijn namelijk verschillende soorten worpen, dat zijn deze: de strekworp. de
boogworp, de achterwaartse worp, het doorwerpen, de slingerworp, de drukworp, de
backworp en de polsworp en de stootworp.
Ik leg er een paar uit.
De boogworp die gaat zo zie plaatje.
Een boogbal gebruik je bij het spel lummelen en als je op het doel wilt schieten en de keeper ligt ver voor zijn doel
Dan de achterwaartse worp die gaal als volgt, je pakt de bal met gestrekte arm, dan draai je je hand met de duim naar beneden en gooit de bal naar achteren.
De drukworp: je pakt de bal op met je vingertoppen dan breng je hem dicht bij je hoofd en drukt de bal hard naar voren.
Je leert er ook gooien en vangen met een hand.
Je kan de bal op verschillende manieren vangen en gooien.
Dan nog wat oefeningen:
* overgooien met tweetallen, drietallen enz.;
* overgooien in een kring;
* kris kras door elkaar gooien;
* door elkaar gooien en erachteraan zwemmen;
* zwemmen met bal met een tegenstander op je hielen;
* je ligt in een rondje en roept de naam van een speler, gooit de bal er naar toe en zwemt er zelf naar toe en zo;
* sprinten met de bal (borstcrawl), stoppen en draaien, lopen;
* rugcrawlzwemmen bal vangen en gooien;
* op zwemmen met de bal en schieten op het doel.
Wat zijn de regels?????
1 Bij de pupillen spelen met 5 man, en vanaf onder de 14 jaar met 7 man en dan is de keeper ook al mee geteld.
2 De keeper mag tol de middellijn en niet verder, hij mag wel een doelpunt maken.
3 Je mag niet over elkaar heen zwemmen om de bal af te pakken, dan moet je erlangs zwemmen anders krijgt de tegenpartij de bal.
En dan mag je hem niet afpakken Maar als je dus een vrije hal hebt, zo heet dat, mag je ook zelf een doelpunt maken.
Een speelveld van de pupillen is 20 meter lang en 10 tot 15 meter breed en een speelveld vanaf onder de 14 jaar is 25 tot 30 meter lang en min. 15 meter breed.
4 Er mogen maximaal 15 spelers in een team
5 Bij het begin van een wedstrijd en een periode liggen we bij het doel, als de scheidsrechter fluit zwem je heel snel naar de middellijn en pak je de bal ondertussen heeft de scheidsrechter de bal gegooid.
6 Een doel bij de pupillen is 90 centimeter hoog en 2 meter lang, vanaf onder de 14 jaar is een doel 1 meter hoog en 3 meter lang.
7 Er zijn 3 soorten ballen: een pupillen bal is groen en de lichtste van de drie, dan de dames bal die is geel of roze en dan de heren bal die is geel of groen
8 De mutsen of ook wel de caps zijn blauw of wit. De keeper heeft altijd een rode cap.
De caps hebben een nummer van 1 tot 15.
9 Bij de pupillen spelen we 4 keer 3 minuten en vanaf onder de 14 jaar 4x7 minuten, na elke periode heb je 1 minuut rust.
10 De scheidsrechter bepaald hel spel, hij heeft speciale tekens met zijn armen bijvoorbeeld voor een vrije bal of bij een doelpunt.

Wat doe je bij een wedstrijd?????
Wedstrijden zijn er om je extra te kunnen trainen en om te kijken hoe goed we al zij en om te kijken wat we er nog aan kunnen doen.
Het belangrijkste van de wedstrijd is de teamgeest.
In het begin moet je meer trainen dan wedstrijden te spelen.
Dit is omdat je nog veel moet leren.
Er zijn ook toernooien waar we aan mee doen.
Daar leer je erg veel van.
Als je 7 jaar bent mag je pas echt mee doen aan de wedstrijden (competitie)
Dan speel je steeds tegen andere ploegen.
Maar je speelt 2 keer tegen elkaar, een keer in je eigen zwembad en de andere keer speel je in het zwembad van je tegenstander.
Voor de wedstrijd begint, krijgen we een voorbespreking van de coach.
Die legt uit hoe je moet verdedigen en aanvallen.
Dan gaan we onze capjes op zetten en inzwaaien en dat doet meestal iemand van ons team voor of de coach.
Dan gaan we met de bal overgooien en en op het doel schieten.
Als de scheidsrechter op zijn fluit blaast begint de wedstrijd.
Iedere ploeg start aan zijn eigen kant en dan proberen ze de bal zo snel mogelijk te halen, uit het midden waar de bal wordt gegooid.
Met is de bedoeling om zo veel mogelijk doelpunten te maken.
Na 4 minuten spelen is er een korte pauze van ongeveer 1 minuut.
In de pauze legt de coach uit wat ze beter kunnen doen.
Aan het eind van de wedstrijd moet er nog een wedstrijd formulier getekend worden met daarop de uitslag.
En zo kunnen ze de stand van de wedstrijden bij houden.
Als je dat niet ondertekend dan is het formulier niet geldig.
Als je zin hebt kom dan gerust een keer naar een wedstrijd kijken.

Minipupil met bal en bril (bril mag met wedstrijd niet)
Slot
Ik vond het een leuk onderwerp en ik heb er veel van geleerd.
De plaatjes heb ik van internet en mijn vader heeft sommigen uit een boek gescand.
Sommige hoofdstukken waren moeilijk zoals Wat is de geschiedenis????, daar wist ik soms niet wat ik op moest schrijven.
Ik heb van internet informatie gehaald en via startpagina en van www.nlwaterpolo.nl.
Ik heb heel veel uit 2 boeken gehaald.
Ik heb heel veel zelf gedaan maar af en toeheeft mijn moeder geholpen.
Terug naar boven
|