Alles over het waterpolo met heel veel video's en artikelen.
Digitalus Webhosting
NLwaterpolo Toernooien Zwembaden Verenigingen Het Forum
Videos
Werkstuken
Werkstuk door WVZ
Werkstuk Waterpolo
Werkstuk waterpolo (Robben)
Korte werkstukken
Algemeen
Geschiedenis/Ontstaan
Regels
History

Valid HTML 4.01!

Valid CSS!

Total unique visitors
from 7 apr. 2005:


Werkstuk Waterpolo. Met dank aan WVZ.(zoetermeer)

1. Het Waterpolo

Polo betekent balspel, waterpolo is dus een balspel in het water. Waterpolo kan je het beste vergelijken met handbal maar dan in het water. Net zoals bij handbal is het de bedoeling dat je met de bal in het doel van de tegenpartij gooit. Het liefst meer dan de tegenpartij in ons doel gooit, want dat betekent dat wij dan hebben gewonnen! Het team dat het meest scoort is namelijk de winnaar van de wedstrijd. De waterpolospelers zijn voor de scheidsrechter langs de kant en het publiek dat komt kijken herkenbaar aan het waterpolocapje wat ze op hun hoofd hebben. Wanneer je een thuiswedstrijd speelt heb je een wit capje op, als je uit speelt een blauwe. De keepers hebben een rood capje op. Op elk capje staat een nummer en zitten er twee oorbeschermers en soms een stootrand aan.

De hiudige capjes
De huidige capjes.

Waterpolo is een sport voor echte knullen en pittige meiden die wel tegen een stootje kunnen. Wie geen stootje kan verdragen en al bang is als iemand naar ze wijst kan beter niet gaan waterpoloën. Het waterpolo wordt in Nederland al heel lang gespeeld, de eerste competitie was in 1901. De spelers van toen zwommen geen borstcrawl zoals nu, maar de spaanse slag. Bij de spaanse slag zwem je borstcrawl met je armen en schoolslag met je benen. Ook hadden ze niet van die mooie capjes zoals nu. De vrouwen hadden een soort hoofddoekje met een nummer. De mannen een soort pet zonder klep met een nummer. De ballen waarmee werd gespeeld waren gemaakt van leer. De leren ballen werden in het water erg zwaar en je had weinig grip. Daarom worden ze tegenwoordig gemaakt van kunststof.

Capjes van vroeger.Capjes van vroeger.
De capjes van vroeger (tot ca 1972)

Waterpolo is in Nederland heel populair. In Nederland wordt de grootste waterpolocompetitie ter wereld gehouden. Toch ging het de laatste jaren minder goed, dit kwam omdat veel sporten zich op de kinderen van 6 en 7 jaar gingen richten. Denk maar aan minihockey, minitennis en minihandbal. Gelukkig heeft de Nederlandse Zwembond daar iets op bedacht namelijk het Miniwaterpolo.

2. Het Miniwaterpolo

Kinderen die hun A en B diploma hebben en minstens 6 jaar oud zijn kunnen al meedoen met het miniwaterpolo. Voor deze kinderen is er elke maand een miniwaterpolotoernooi. Het miniwaterpolo kan gespeeld worden in het ondiepe bad, hier spelen de minipupillen van 6 en 7 jaar. In het diepe bad spelen de minipupillen van 8 en 9 jaar. Het veld waar ze in spelen is erg klein. Ze spelen namelijk in de breedte van het zwembad. Er passen twee velden naast elkaar. De doelen zijn 120 cm breed en 90 cm hoog. Ze spelen met een miniwaterpolobal.

minipolo

De grootte van het team is ook anders dan bij waterpolo, ze spelen maar met vier spelers en een keeper. Ook gelden er andere spelregels voor de kinderen om het spelletje waterpolo wat makkelijker te maken. Elk team dat meedoet aan een toernooi mag een naam voor het team verzinnen bijvoorbeeld de haaien, of de spetters. Per toernooi speel je 5 tot 6 wedstrijden en aan het eind van het toernooi krijg je allemaal een vaantje. Of je nou gewonnen of verloren hebt dat maakt niks uit, het gaat om de lol. Het is natuurlijk wel leuk om te winnen, maar om te winnen moet je hard trainen. Kinderen die 8 of 9 jaar zijn en het spelletje al aardig kunnen spelen gaan naar de pupillen. Bij de pupillen ga je competitie spelen en heb je bijna elke week een wedstrijd. Ook hier zijn nog een paar dingen anders dan bij de groten. Het veld is 15m breed en 20m lang, bij de groten 15m breed en 25m lang. Het doel is 2m breed en 90cm hoog, bij de groten 3m breed en 90cm hoog. Er wordt nog steeds 5 tegen 5 gespeeld met een miniwaterpolobal en de wedstrijd wordt geleid door een spelbegeleider. Een spelbegeleider fluit net als een scheidsrechter maar legt ook dingen uit tijdens de wedstrijd. Bij de groten wordt er 7 tegen 7 gespeeld met een dames of herenbal. De wedstrijd wordt geleid door 1 of 2 scheidsrechters afhankelijk van hoe hoog je speelt.

3. De Trainingen

Voor elke training moet je je spieren losmaken om te voorkomen dat je blessures krijgt. Dit noem je de warming-up. Vijftien minuten voordat de training in het water begint moet je in het zwembad zijn, waar je dan samen met je trainer gaat ingymmen. Een aantal oefeningen die je kunt doen is het zwaaien van armen en benen, kniebuigingen enz. Als je daar mee klaar bent ga je inzwemmen. Bij ons is het inzwemprogramma altijd hetzelfde en dit programma zwemmen we ook altijd voor de wedstrijd. Zo kan iedereen meteen beginnen ook als de trainer of coach nog wat moet klaarzetten of regelen. Voor de opbouw van de training is de leeftijd en het niveau van de spelers erg belangrijk. In de trainingen gaat het niet alleen om het opbouwen van je conditie maar oefen je ook technieken die je in de wedstrijd kan gebruiken. Kinderen die net zijn begonnen trainen natuurlijk andere dingen dan bijvoorbeeld de heren. Een aantal basistechnieken die je heel goed moet leren zijn:
Het vasthouden van de bal. Het vasthouden van de bal.
Het vasthouden van de bal.

Waterpolo borstcrawl zonder bal.
Waterpolo borst crawl zonder bal

Waterpolo borstcrawl met bal.Waterpolo borstcrawl met bal.Waterpolo borstcrawl met bal.
Waterpolo borstcrawl met bal

Het fietsen met de benen.
Waterpolo watertrappen / benenzwemmen / het fietsen met de benen.

Om te kijken of je alle technieken goed kunt uitvoeren is er het brevetzwemmen voor waterpolo. Je kunt drie brevetten halen waar alle technieken in voorkomen van makkelijk naar moeilijk. Aan het einde van de training wordt meestal een spel of wedstrijdje gespeeld. Zo worden ook de spelregels goed geleerd.

4. Wat heb je nodig om een wedstrijd te kunnen spelen?

Om een wedstrijd te kunnen spelen heb je verschillende dingen nodig. Natuurlijk twee teams waarvan de spelers allemaal een cap op hebben. De doelen en de lijnen, een waterpolobal, een scheidsrechter of spelbegeleider maar ook twee en bij de grotere drie mensen aan de jury-tafel. Deze mensen moeten een W-official diploma hebben. We noemen degene die de klok stil zet bij een overtreding of een doelpunt de tijdwaarnemer. Daarnaast is er iemand die het wedstrijdformulier invult, deze noemen we de secretaris. Het wedstrijdformulier wordt altijd meegebracht door de thuisspelende ploeg. Het wedstrijdformulier bestaat uit drie blaadjes namelijk het witte blaadje waar ze opschrijven en daaronder nog een gele en een roze blaadje. (Zie volgende blad, dit is een echt formulier) Bij de groten geldt dat een aanval niet langer dan 35 seconde mag duren, daarvoor zit er dan een derde man: de 35-seconde tijdwaarnemer. Iedere speler moet een legitimatiekaart bij zich hebben. Op deze kaart staat je naam, je roepnaam en je geboortedatum.

Waterpolo legitimatie kaart

Maar ook bij welke vereniging je speelt en hoe lang je kaart geldig is. Heel belangrijk is ook je startvergunningnummer die moet de secretaris namelijk invullen op het wedstrijdformulier. Aan de rand van het zwembad moeten aan beide kanten pionnen worden neergezet om de 2m lijn, de 4m lijn, de 7m lijn en het midden van het bad aan te geven.

Het formulier
Een ingevuld formulier na afloop van een wedstrijd.
(dit formulier staat ook elders op de site, maar dan groter en leesbaar)

Deze aanduidingen worden namelijk gebruikt voor bepaalde spelregels. Zo moet je een strafworp nemen vanaf de 4m lijn en mag je als aanvaller zonder bal niet binnen de 2m lijn zwemmen. Dit is zeg maar net zoiets als buitenspel met voetbal.

5. Zomaar een pupillenwedstrijd

Voordat de wedstrijd begint worden de nagels van de spelers door de spelbegeleider gecontroleerd. Dat is om krabbels en andere verwondingen te voorkomen. Ook kijkt hij naar de legitimatiekaarten en het wedstrijdformulier. Als alles in orde is kan de wedstrijd beginnen. Bij het begin van de wedstrijd en elke volgende periode liggen de teams klaar, ieder bij hun eigen doel, tegenover elkaar in het water. De spelbegeleider staat langs de kant precies in het midden. Als de spelbegeleider fluit gooit hij de bal in het midden en zal de snelste speler de bal pakken.

Eerste de nagels. Een scheidsrechter.
Links:Eerst worden de nagels nagekeken. (te lang?) - - - Rechts: Een scheids aan het werk.

Het is de bedoeling dat door goed samenspel en vrijzwemmen de tegenstanders onder druk worden gezet. Wanneer de tegenstander dan een speler even vast houdt of onder duwt heeft hij een grote kans dat de spelbegeleider het ziet. Hij krijgt dan een vrije bal tegen of moet voor 20 seconde langs de kant. Met een man minder in het water kun je natuurlijk makkelijker scoren. Als er een doelpunt is gevallen gaan beide teams op hun eigen helft liggen. Het team dat net heeft gescoord gaat nu verdedigen. De pupillen spelen 4 perioden van 3 minuten zuivere speeltijd. Dat betekent dat als de spelbegeleider fluit de tijdwaarnemer de klok stil zet. Tussen elke periode heb je 2 minuten rust.

Team coaching

De coach kan de spelers dan dingen vertellen die ze wel of niet moeten doen. Alles bij elkaar duurt de wedstrijd ongeveer 30 minuten. Natuurlijk zijn er nog veel meer spelregels. Zo mag je de bal niet met twee handen vangen en mag je de bal niet wegstompen of onder water duwen. Als de wedstrijd is afgelopen ga je de spelbegeleider bedanken voor het fluiten. De aanvoerder van het team gaat zijn handtekening op het formulier zetten. Dan krijg je een deel van het formulier mee.
 

Waterpolo dat is mijn sport!